juli 6, 2026
/

Olie en gas in Suriname: wie profiteert er echt?

Zonder gericht beleid dreigt de olie- en gasontwikkeling vooral een kleine groep ten goede te komen, terwijl de brede samenleving achterblijft. Velen zien de opkomst van de olie- en gassector in Suriname als een sprankje hoop voor de samenleving. Daarbij geldt ‘local content’ als dé manier om mee te profiteren van de kansen in de sector.

Maar daar komt meer bij kijken dan alleen het leveren van goederen en diensten door lokale ondernemers. Anders zal vooral een kleine groep de vruchten plukken: zij die al kapitaal hebben om te investeren of gemakkelijk toegang hebben tot financiering.

Geschiedenis

De geschiedenis leert dat Suriname in het verleden rijkelijk heeft verdiend aan bauxiet als natuurlijke hulpbron. Daarnaast ook aan hout, olie en goud. Toch was het steeds een kleine groep die daarvan profiteerde en niet de samenleving als geheel.

Als het deze keer anders moet gaan bij de olie- en gasontwikkeling, dan is gericht beleid nodig. Beleid dat juist rekening houdt met de verschillende aspecten die voor de brede bevolking van belang zijn en hen beschermt. Zoals Annand Jagesar, directeur van Staatsolie, het verwoordt: “Goed leiderschap zal hierbij een cruciale rol spelen.”

Guyana

We hoeven niet ver te kijken. In Guyana is al zichtbaar wat er kan gebeuren sinds de start van de olieproductie. Het land heeft te maken met inflatie, stijgende huur- en koopprijzen van woningen, hogere voedselprijzen, groeiende inkomensongelijkheid en een markt die wordt gedomineerd door buitenlandse bedrijven.

Het inkomen van de doorsnee loontrekker is onvoldoende om mee te komen met de prijzen van internationale ketens die zich op de ontwikkeling hebben gestort. Alleen buitenlandse werknemers met hogere salarissen kunnen daarvan profiteren. Het resultaat: niet het hele land wordt er beter van, maar slechts een betrekkelijk kleine groep.

Arbeid

We weten nu al dat Suriname niet in staat zal zijn te voldoen aan de grote vraag naar arbeidskrachten in deze sector. Tot op zekere hoogte is ‘local content’ niet meer dan een mantra. Er is onvoldoende deskundigheid, waardoor veel arbeidskrachten van buitenaf moeten worden aangetrokken. Maar leidt dat ertoe dat vooral buitenlanders de managementfuncties gaan bekleden, terwijl Surinamers ondergeschikt blijven?

De initiatieven van onder andere Staatsolie zijn toe te juichen. In samenwerking met bestaande scholen worden opleidingen gestart om kader op te leiden. Maar dit moet verder worden ontwikkeld. Ook moet worden ingezet op het opleiden van managers en leidinggevenden, zodat Surinamers straks deze posities kunnen innemen. Wachten tot het zover is en dan pas een inhaalslag proberen te maken, is te laat.

Certificering

Internationale bedrijven stellen vaak certificeringseisen. Daar zijn momenteel veel organisaties mee bezig. Maar kan de kleine ondernemer dit wel betalen? Hoe zorgen we ervoor dat kleine bedrijven het certificeringsproces kunnen doorlopen, zodat ook zij in aanmerking komen om goederen en diensten te leveren?

Hierover wordt weinig gesproken en dat geeft te denken. Straks zal slechts een selecte groep meedoen aan de zogenoemde local content. De vraag is dus: hoe kunnen kleine bedrijven worden gefaciliteerd?

Huizenmarkt

Er worden steeds meer huizen te huur aangeboden tegen extreem hoge prijzen in buitenlandse valuta. Steeds vaker worden er ook eisen gesteld dat huurders moeten kunnen aantonen dat zij in vreemde valuta verdienen. De focus lijkt duidelijk gericht op expats.

Hoewel expats vooral eisen stellen als een villa met zwembad in plaats van een woonhuis in een volksbuurt, baart het toch zorgen dat Surinamers met hun lokale salarissen worden uitgesloten. Dit vergroot het woningprobleem en sluit een grote groep mensen uit. Hier is dringend beleid nodig, al wordt gevreesd dat er weinig zal gebeuren, omdat er ook sterke financiële belangen meespelen.

Inkomsten

De overheid praat over een Spaar- en Stabilisatiefonds waar een deel van de opbrengsten van de olie in zal worden gestopt. Tijdens de eerste masterclass over dit fonds medio juni 2026 onderstreepte inleider Karl Eckhorst dat zaken als beheer, transparantie en bestuur van het fonds belangrijk zijn voor de kwaliteit ervan.

“Het vaststellen van wetgeving is slechts een eerste stap”, gaf Eckhorst de aanwezigen mee. “Minstens zo belangrijk is het versterken van de instituties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname, waaronder het ministerie van Financiën en Planning.”

Conclusie

Suriname heeft nog veel huiswerk te doen. Er zijn al een aantal initiatieven gestart. Maar als het echt de bedoeling is dat een groot deel van de samenleving meeprofiteert van de olie- en gasontwikkeling, moeten ook kansen worden geboden om zich te scholen en goedbetaalde banen te krijgen. Daarnaast moet er ruimte zijn om diensten en goederen te leveren en zich te certificeren. Surinamers mogen niet buitengesloten worden in hun eigen land.

Tijdlijn Olie- en Gasontwikkeling in Suriname

  • 1928: Eerste commerciële olieboring in de buurt van Calcutta (district Saramacca).
  • 1980: Oprichting van Staatsolie Maatschappij Suriname NV.
  • 1982: Eerste olieproductie uit de Tambaredjo-olievelden door Staatsolie.
  • 1990: Uitbreiding productie naar Tambaredjo Noord en later naar Calcutta.
  • 2011: Apache en Tullow Oil krijgen blokken toegewezen.
  • 2015: Eerste bemoedigende signalen van mogelijke offshore-olievoorraden in Blok 58 (Apache).
  • Januari 2020: Apache en Total, nu TotalEnergies, kondigen een grote olievondst aan in Blok 58 (Makouba-1-put).
  • Maart – juli 2020: Meerdere ontdekkingen volgen (Sapakara West, Kwaskwasi).
  • 2021: Nog meer ontdekkingen in Blok 58, o.a. Keskesi East-1.
  • De ondertekening van de FID heeft op 1 oktober 2024 plaatsgevonden tussen TotalEnergies en APA Corporation met de Surinaamse overheid.
  • Staatsolie werkt aan nationaal beleid, wetgeving en local content-strategie.
  • Verwachting: eerste olieproductie mogelijk in 2028.